Tips & Trucs De poster: technische aanwijzingen Je actiegroep wordt gevraagd zichzelf te presenteren op een markt. Denk dan ook eens aan een posterpresentatie. Zo'n presentatie is niets meer of minder dan een mondelinge toelichting met hulp van een zelfgemaakt affiche. In deze handreiking technische tips voor het maken van een poster. Hieraan vooraf gaat de handreiking 'Laat jezelf zien in woord en beeld'. Daar worden de voor- en nadelen van een poster geschetst. Stap-voor-stap een poster maken voor een presentatie: 1. Maak eerst op papier een schets van tekst en illustraties. Verdeel de posterinhoud in drie à vier delen: inleiding, uitwerking (hoe/wat) en afsluiting (conclusie/hoe verder). Is de leesvolgorde duidelijk? Verwerk daarna het ontwerp in een opmaakprogramma. 2. Schrijf je teksten. Er kan niet veel op een poster. En een toeschouwer kan maar een beperkte hoeveelheid informatie verwerken. Vertel daarom alleen wat echt nodig is. Kies voor één onderwerp per tekstblok of illustratie. Gebruik korte, compacte zinnen. Waar komen de tussenkopjes? 3. Een poster is vooral een visueel medium. Heb je iets wat de aandacht trekt? Kies sterke illustraties. Zorg dat ze in één oogopslag te begrijpen zijn. Vereenvoudig grafieken zonodig. 4. Laat je poster afdrukken. Bijvoorbeeld bij een copyshop die grote digitale bestanden print. Structuur Begin met het schetsen van je poster. Wat is de structuur waarin je je informatie wilt weergeven. Waar komen tekst en illustraties? Is je vlakverdeling goed? Valt de titel op? Zijn de teksten op zo'n twee meter afstand nog te lezen? Zorg voor overzichtelijkheid. Laat zien hoe je boodschap is opgebouwd. Verdeel de posterinhoud in drie à vier delen. Begin met een inleiding of probleemstelling, dan de uitwerking, argumentatie of inhoud en tot slot een afsluiting: conclusie en/of aanbevelingen. Werk met blokjes tekst. Verdeel de tekst tussen de tabellen, grafieken en plaatjes. Gebruik witruimtes om de verschillende onderdelen te onderscheiden. Je kunt de verschillende teksten, grafieken, tabellen en plaatjes op A4-formaat printen of kopiëren en verdelen over de poster. Is de leesvolgorde duidelijk? Gebruik pijltjes en nummers om aan te geven in welke volgorde de onderdelen moeten worden gelezen. Kies heldere tussenkopjes. Verwerk je ontwerp daarna in een opmaakprogramma. Tip: Weet je niet hoe je het moet aanpakken? Zoek dan eens een paar voorbeelden. Wetenschappelijke posters hangen vaak op de gang in universiteitsgebouwen en instituten. Zoek ook eens op internet. Uitvoering Een poster moet er aantrekkelijk en verzorgd uitzien. Dat kun je zelf met bijvoorbeeld Microsoft PowerPoint. Met PowerPoint kun je teksten, (gekleurde) kaders, achtergrondeffecten, figuren, afbeeldingen, en dergelijke toevoegen. Kies onder Bestand -> Nieuw -> Lege presentatie -> Indelingen van Inhoud: Leeg -> Bestand -> Pagina-instelling -> Diaformaat aanpassen aan: 'Aangepast' -> afmetingen instellen (bijv. breedte 84,1, hoogte 119,4) Afdrukstand: 'Staand'. Kies daarna via Invoegen -> Tekstvak voor het schrijven of importeren van tekst. Of via Invoegen -> Afbeelding voor het rechtstreeks importeren van illustraties. Formaat Veel posters worden op A0 afgedrukt (84,1 x 119,4 cm). Andere veel voorkomende afmetingen zijn 60 x 90 cm of 120 x 120 cm. Informeer vooraf bij de organisatie of er ook richtlijnen gelden voor de grootte en of zij voorkeur hebben voor een staand of liggend formaat. Ga ook na hoe de poster zal worden opgehangen of neergezet. Zijn er posterborden beschikbaar en wat voor bevestigingssysteem zit daarop? Of moet je zelf zorgen voor plastificeren en opplakken op karton? Soms worden de posters door de organisatie geprint opdat formaat, stijl, papiersoort en kwaliteit hetzelfde zijn. Informeer naar de specificaties voor het aanleveren van je bestanden. Lettertype Een poster moet op ongeveer 1½ tot 2 meter nog te lezen zijn. Kies daarom voor een goed leesbaar lettertype. Helvetica, Arial, Verdana en Tahoma zijn lettertypes zonder schreef. De veelgebruikte Times en Times New Roman zijn lettertypes met een schreef. Voor teksten op afstand, zoals een poster of een website, leest een schreefloos lettertype vlotter. In een krant of boek leest een letter met een schreef makkelijker omdat deze letters dichter bij het handschrift staan. In de standaard opmaak-sjablonen voor dia's van PowerPoint bevatten staat de Times. Pas dat aan want voor een dia, overheadsheet of poster is een schreefloze letter veel beter. Kies voor het lezen op afstand een minimale lettergrootte van 18 punts. Kleur Met kleur valt je presentatie meer op. Wees creatief maar houd het simpel. Sommige kleuren zijn op afstand slechter te lezen dan andere. Effecten met lettertypes lijken mooi, maar maken een poster vaak minder duidelijk. Kies voor een goed contrast tussen je achtergrond en je letter. Bij een donkere achtergrond hoort een licht lettertype. Een neutrale kleur is aan te bevelen als achtergrond. Vermijd afbeeldingen als achtergrond omdat ze de tekst moeilijk leesbaar maken. Inhoud Schrijf je teksten. Er kan niet veel op een poster en een toeschouwer kan maar een beperkte hoeveelheid informatie verwerken. Wees functioneel en geef alleen de hoofdlijnen weer. Formuleer kort en krachtig, werk met trefwoorden en met verhelderende voorbeelden. Vertel alleen wat echt nodig is. Gebruik korte, compacte zinnen. Maak effectief gebruik van tussenkopjes. Kies voor één onderwerp per tekstblok of illustratie. Vaste onderdelen van een poster: . Titel. Korte, spannende titel die de lading dekt. Maximaal 5 woorden. . Auteurs. De namen van de presenteerders, hun organisatie, hun e- mailadres, het webadres, eventueel een telefoonnummer, soms de datum van de presentatie. . Logo. Logo van de organisatie van de presenteerders. . Inleiding. Heldere omschrijving van het hoe en waarom van de presentatie. Een kernachtige omschrijving van het onderwerp van de poster, bijvoorbeeld het doel of de vraagstelling van een onderzoek. Kan ook in vragende vorm. . Uitwerking. In de uitwerking komt te staan: korte, krachtige beschrijving van wat je gedaan hebt en wat de resultaten zijn. Bijvoorbeeld wat voor soort onderzoek er is gedaan. Welke resultaten zijn er (in tabellen en/of grafieken). Alleen de hoofdlijnen schetsen en de belangrijkste resultaten weergeven. Bij uitwerking meld je ook de andere dingen die je belangrijk vindt. . Afsluiting. In de afsluiting staat in een bondige formulering hoe het nu verder gaat: de belangrijkste conclusies. Wat zijn de uitkomsten? Zijn er aanbevelingen of suggesties? . Aanvullende informatie. Desgewenst kun je ook een kleine literatuurlijst opnemen. . Datum en plaats. Vergeet niet om op je poster de datum en plaats van je presentatie te vermelden. Kan in kleine letters. Illustraties Een poster is een sterk visueel medium. Je kunt kiezen voor een grote illustratie om de aandacht te trekken. Gebruik daarnaast zeker foto's of cartoons om je boodschap te vertellen. Als je grafieken gebruikt, zorg dat ze in één oogopslag te begrijpen zijn. Vereenvoudig deze grafieken zonodig. |Tip: | |Illustraties kunnen een PowerPoint-bestand erg zwaar maken. Het is | |verstandig om je illustraties in een tekenprogramma eerst als een | |lichter bestand op te slaan. Maar ga voordat je deze figuren invoegt | |eerst na of de kwaliteit niet teveel afneemt als ze voor de poster | |vergroot worden. | Printen Laat je poster afdrukken. Veel copyshops kunnen grote digitale bestanden printen. Dat kan kostbaar zijn (vanaf E 20). Soms worden de posters ook door de organisatie van de markt geprint. Informeer naar de specificaties voor het aanleveren van je bestanden.