Tips & Trucs Actiebeelden bouwen Eén beeld zegt meer dan honderd woorden. Je hebt sterke beelden en krachtige symbolen nodig om een actie goed over het voetlicht te kunnen brengen. Deze handreiking gaat over het vertalen van campagne- doelstellingen in beeldtaal. Makkers Unlimited maakt veel gebruik van beeldtaal. Kenmerk van Makkers- acties is dat knelpunten worden beschreven in veelzeggende, spannende beelden. De reddingsboei en de reddingsboot van de 'Red ons recht' campagne rond de Wmo; de bergbeklimmers die in een Leidse winkelstraat obstakels moeten overwinnen; de expeditie die op ontdekkingsreis gaat met het Gelderse openbaar vervoer; de vorkheftruck om brieven te posten in ontoegankelijke brievenbussen; het doorslijpen van een te hoge stoeprand in Nijmegen. Beeldtaal is vertellen zonder woorden. Je maakt iets duidelijk met een symbool of beeld. Het voordeel van beeldtaal is dat iedereen het snel begrijpt. Een goed beeld spreekt voor zich. Eén beeld en je weet wat de bedoeling is. Bij een hartje denkt iedereen gelijk aan de liefde. Als actievoerder hoef je met beeldtaal niets meer uit te leggen. Je trekt aandacht. Voor buitenstaanders is direct zichtbaar waar de actie over gaat. Journalisten zien meteen geschikte fotomomenten. De wethouder blijft zich het beeld herinneren. Beeldvorming Makkers Unlimited wil met haar acties een eigen beeld uitdragen met de volgende kenmerken: . Actie. Makkers staan ergens voor: het zijn acties met een vuist, gericht op verandering, beweging. . Afwijkend. Beelden van acties zijn ongewoon. Ze schuren, zijn niet af. daarmee trek je aandacht: lachspiegel, spelen met vooroordelen, eigenwijs, brutaal, uitdagend, confronterend. . Doelgericht. Makkers-acties zijn strategisch van opzet. Er zit een plan achter. . Eenduidig. Een toelichting is nauwelijks nodig: de actie is duidelijk, begrijpelijk. Een goed actiebeeld kun je in één zin omschrijven. . Eenzijdig. Een actiebeeld overdrijft: de kern moet waar zijn, maar in een actiebeeld vertel je nooit de volledige waarheid. . Eigen kracht. In Makkers-acties wordt de eigen handicap gebruikt: Makkers geeft nieuwe energie. . Humor. Het probleem wordt serieus, maar vrolijk gepresenteerd: plezier, speels, ludiek, lol hebben. . Kleurrijk. Makkers-beelden laten de brede doelgroep zien: solidair, als maatjes, mensen met uiteenlopende beperkingen. . Positief. Mensen met handicaps worden niet als slachtoffer neergezet, ook al is het probleem ernstig: zelfbewust, niet zeuren, niet klagen. Beelden bouwen Het vertalen van een probleem naar een spannend beeld, doe je stap voor stap. Bij elke stap maak je keuzes en wordt het actiebeeld duidelijker. Stap 1 Benoem herkenbare knelpunten bij een probleem. Je begint bij het probleem dat je met je actie wilt aanpakken. Dat zal vaak een algemeen probleem zijn(iets dat de kwaliteit van bestaan in eigen leefomgeving aantast), bijvoorbeeld ontoegankelijke openbare ruimtes, onvoldoende hulpmiddelen of belemmeringen bij vervoer. Benoem bij dit algemeen probleem zoveel mogelijk concrete knelpunten. Concrete knelpunten zijn de zaken waar jij, of anderen last van hebt. Denk bijvoorbeeld aan loszittende tegels en hoge stoepranden, geen indicatie voor hulp bij vakanties, moeten wachten op regiobusje. Doel is om te komen tot een scherpe probleemstelling voor je actie met heldere knelpunten. Ondervraag elkaar over de knelpunten: wie... wat... waar... wanneer... waarom... hoe... Selecteer daarna de meest herkenbare knelpunten. Stap 2 Zet de concrete knelpunten in een brainstorm om naar beelden. Herkenbare knelpunten roepen vaak direct al een plaatje op. Probeer vandaaruit een stap verder te zetten naar sprekende beelden. Je associaties kunnen niet gek genoeg zijn. Denk bijvoorbeeld aan waarschuwingsbord voor overvliegende rolstoelers, een kampeerterrein bij het CIZ of een geraamte wachtend in een bushalte. . Vergroot details, overdrijf, maak het bizar. . Ga over grenzen, maak het onbetamelijk. . Provoceer, kies voor dubbelzinnigheden. . Verander het perspectief, wat zie je als heel klein bent, wat zie je van bovenaf? . Varieer van invalshoek, hoe zou een politicus, moeder, arts, agent het probleem verwoorden? . Speel met beelden die iedereen kent, bv doodskop, een hart, etc. . Speel met woorden, welke spreekwoorden, gezegden, rijmpjes en woordgrapjes komen er in je op? . Vergelijk, zoek naar analogieën, zoek bij een aspect van het probleem naar zaken die daarop lijken maar niets met het probleem te maken hebben. . Kies voorwerpen of situaties waarbij je het probleem nooit zou tegenkomen. Schrijf alles op. Stap 3 Bouw door aan beelden waar je enthousiast van wordt. Goede beelden prikkelen de fantasie en maken mensen enthousiast. Borduur in je brainstorm voort op deze beelden. kijk of je ze ook kunt omzetten naar concrete toepassingen. . Vertaal de beelden naar actievormen. . Visualiseer de beelden naar gadgets. . Maak de beelden tastbaar door logo's of symbolen te verzinnen. . Verzin rollen, personages, stripfiguren die bij de beelden passen. . Bedenk titels voor boeken of artikelen rond de beelden. Kies steeds die beelden die de fantasie het meeste prikkelden. Stap 4 Selecteer het meest heldere beeld. Bespreek de overgebleven beelden.; met welk beeld kun je je boodschap het beste overbrengen? . Laat iemand het actiebeeld beschrijven. Kost het teveel woorden, dan valt het beeld af. . Laat iemand het actiebeeld uitbeelden (pantomime). Heb je woorden nodig, kies dan een ander beeld. . Vraag iemand om er een snelle tekening of schets van te maken. Is er extra uitleg nodig, dan valt ook dat beeld af. Kom tot één beeld en één boodschap die je in je actie gaat gebruiken. Stap 5 Een ideeënproces is cyclisch. Het heeft geen echt eindpunt. Je bent nooit echt klaar. Je kunt altijd verder gaan en gekozen beelden nog weer sterker maken. Als je bijvoorbeeld bent gekomen op een bord met een vliegende rolstoelgebruiker, kun je weer verder brainstormen over hoe dat er precies moet uitzien. Je gaat dan dus opnieuw verder met stap 2. Net zo lang tot je zeker bent dat je een actiebeeld hebt dat werkt. Verder lezen Han Bakker (1998). Creatief denken. Baarn: Nelissen. Cor Hospes (2007). Guerilla marketing; Nieuwe sluiproutes naar het hart van je klant. Zaltbommel: Haystack.