Kieswet relevante artikelen: [pic] Hoofdstuk J. De stemming Artikel J 4 1. Burgemeester en wethouders wijzen voor elk stemdistrict een geschikt stemlokaal aan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld. 2. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat zoveel mogelijk stemlokalen zodanig zijn gelegen en ingericht, dat zij geschikt zijn voor kiezers met lichamelijke gebreken. De burgemeester brengt de adressen van deze stemlokalen ter openbare kennis onder vermelding van de mogelijkheid aldaar met toepassing van het bepaalde in hoofdstuk K de stem uit te brengen. 3. Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik als stemlokaal beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende onkosten. 4. De burgemeester draagt zorg voor de inrichting van het stemlokaal en wijst zo nodig personen aan die het stembureau ten dienste worden gesteld. Artikel J 15 Het stemlokaal is zodanig ingericht dat het stemgeheim is gewaarborgd. Artikel J 28 Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer wegens zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, staat het toe dat deze zich laat bijstaan. Artikel J 35 1. Gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt, zijn de kiezers bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang van de zitting niet wordt belemmerd. 2. De in het stemlokaal aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren inbrengen, indien de stemming niet overeenkomstig de wet geschiedt. 3. De bezwaren worden in het proces-verbaal van de zitting van het stembureau vermeld. Artikel N 10 1. Nadat alle werkzaamheden, in artikel N 9 vermeld, zijn beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de stemming en van de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld. 2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het stembureau getekend. 3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld. Artikel P 22 (heeft betrekking op procedure in het centrale stembureau in hoofdstad provincie 2 dagen na de verkiezingen-gb) 1. Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal worden de uitslag van de verkiezing, alsmede alle ingebrachte bezwaren vermeld. 2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het centraal stembureau getekend. 3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld. Artikel P 23 1. De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk openbaar door plaatsing van een afschrift van het proces-verbaal in de Staatscourant. 2. De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van de verkiezing van de leden van provinciale staten en van de gemeenteraad zo spoedig mogelijk openbaar door een afschrift van het proces-verbaal voor een ieder ter inzage te leggen ter provinciale griffie, onderscheidenlijk ter gemeentesecretarie. Van de terinzagelegging wordt tegelijk openbare kennisgeving gedaan door de commissaris van de Koning, onderscheidenlijk de burgemeester. De terinzagelegging wordt beëindigd, zodra over de toelating van de gekozen leden onherroepelijk is beslist. Artikel P 24 De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van het proces- verbaal toekomen aan het orgaan waarvoor de verkiezing plaats heeft gevonden. Artikel U 18 1. Zodra de uitslag van de verkiezing is vastgesteld, worden de geopende verzegelde pakken, nadat alle stembiljetten weer daarin zijn gedaan, opnieuw verzegeld. 2. Het proces-verbaal, bedoeld in artikel U 16, en de verzegelde pakken blijven berusten onder het centraal stembureau. Zodra over de toelating van de gekozenen is beslist, worden de verzegelde pakken vernietigd. Van deze vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.